ALS ER SHIT OP JE PAD KOMT, KAN JE HET MAAR BETER ALS MEST GEBRUIKEN

Holy Shit! Deze zag ik dus echt niet aankomen.
‘Dus u zegt eigenlijk dat de uitslag van de PET-CT scan niet goed is? U bedoelt dat ik kanker heb?‘
‘Ja‘, zegt de longarts, ‘dat bedoel ik. U heeft kanker. Kijk,’ en hij laat me de scan zien, ‘er zit een tumor in de rechter long en de lymfeklier licht ook op op de scan. We gaan zo snel als mogelijk een EBUS Broncoscopie doen om te kijken of er kankercellen in de lymfeklier zitten’.
In 0,01 seconde wordt het mistig in mijn hoofd. Volgens mij heb ik nog wat vragen gesteld maar eerlijk gezegd kan ik me niet eens meer herinneren welke. Ik kijk naar links en zie daar mijn dochter met een uitdrukking op haar gezicht van ongeloof en schrik. Ik zie tranen in haar ogen wellen en denk, arm kind, dat je dit moet meemaken. Je moeder ziek.
Ik probeer me weer te concentreren op wat de longarts zegt: ‘En we moeten wel een MRI laten maken om te kijken of er uitzaaiingen in de hersenen zijn‘, en ik denk jeetje, uitzaaiingen in de hersenen.. en ook ‘wat een rotbaan heeft die man. Hoeveel mensen moet hij gemiddeld op een dag zo’n klote boodschap brengen?’
Hoe meer de longarts spreekt hoe verder ik van mezelf af ga staan.
Hij heeft het niet meer over mij maar over iemand anders. Iemand die ik niet ken. Ik wil het niet zien, niet horen en niet weten. Dan raakt het me niet. Ik wil alleen nog maar naar huis.
Eenmaal thuis laat ik het nieuws in kleine beetjes tot me door dringen. Ik heb kanker.. Longkanker.. Hoe kan dat nou? Ik rook niet eens! Pas wanneer ik mijn zoon aan de telefoon heb en op de achtergrond de stemmen van mijn kleinzoons hoor landt het en realiseer ik me dat ik die knullen misschien niet ga zien opgroeien.
Wanneer ik opgehangen heb slaat de paniek toe, alsof iemand mijn benen onder me uit schopt. ‘Ik ga dood!‘ denk ik, die gedachte is overweldigend en het gevoel slaat me knock out.

Vanaf nu ben ik lid van de club waar niemand bij wil horen, de kankerclub.
Het is een club zonder fans maar wel (veel te) veel leden en het lidmaatschap is levenslang. En het ging per direct in. de agenda van de club is overvol en dat zou ik merken ook.
De dag nadat ik het slechte nieuws kreeg zat ik alweer vroeg in het ziekenhuis. Want vanaf het moment van de diagnose raak je de regie over je leven en je agenda kwijt. En blijft voorlopig ook wel zo. Het is een periode van elke dag nieuwe onderzoeken en tests en ik merk dat ik geen tijd heb om het gevoel van paniek te laten zakken.
Ik eet nauwelijks.
En het vreet zoveel energie dat ik ’s avonds als een blok in slaap val en ’s ochtends weer veel te vroeg wakker ben. Dan loop ik in het donker door de kamer te somberen en te wachten tot de dag weer wat licht brengt. Ik heb bevrijdende huilbuien en huilbuien van pure paniek. Ik leef zo’n beetje de hele dag in mijn hoofd, ik pieker en vrees het ergste en omdat ik alleen ben is er niemand die mijn gedachtestroom onderbreekt.
Na ruim een week, en met een veel te hoge bloeddruk van de spanning, schuif ik op een vrijdagmiddag dan toch eindelijk de MRI in. Het is het laatste onderzoek dat nu gedaan wordt maar ook meteen de meest belangrijke. Het duurt maar 20 minuten maar voor mijn gevoel komt er geen einde aan.
Direct na de MRI kan ik door naar de longarts.
Omdat hij weet hoe eng ik deze uitslag vind heeft hij laten weten dat hij besloten heeft de uitkomst niet over het weekend te tillen maar meteen te bekijken. Samen met mijn zoon zit ik tegenover hem en heb moeite om niet te roepen: ZEG HET!!
En dan zegt hij het: Kijk! Er zijn GEEN uitzaaiingen in de hersenen! Hij laat de scan zien en inderdaad, geen uitzaaiingen te zien. Ik kan hem wel zoenen maar in plaats daarvan draai ik me naar mijn zoon op wiens gezicht ik ook mijn opluchting zie. We jubelen, geven elkaar een hippe boks en omarmen elkaar. Geen uitzaaiingen in de hersenen betekent namelijk een kans op leven. Ik kijk nogmaals naar de scan en denk wat een prachtige hersenen heb ik toch, en ook zo mooi schoon. Alsof het door een sopje was gehaald.

Er is nog meer goed nieuws:
Ja, er zitten kankercellen in de lymfeklier maar alleen in deze lymfeklier en hij zit vlakbij de tumor en dat blijkt gunstig qua behandeling. Maar omdat er kanker zit in de lymfeklier is de uitslag stadium 3a longkanker. Verder is er geen kanker gevonden in mijn lichaam.
De tumor is bij toeval ontdekt, we waren eventuele klachten voor. En ook dat is gunstig. Op een CT-scan in januari 2023 is de tumor al aanwezig, alleen vermoedde de arts toen nog dat het littekenweefsel was maar plande wel, voor alle zekerheid, een herhaal scan in voor over een half jaar. En dat was nu. Van januari tot nu is de tumor ±1,5 mm gegroeid en dat betekent dat de kanker niet van een agressieve soort is.

Er is dus hoop.
En hoop geeft angst een leeuwenhart. Op het moment dat de longarts zegt: we gaan voor genezing, verdwijnen alle gevoelens van paniek. Dat was het nieuws dat ik nodig had. Ik word rustig en helder en denk: dit kan ik, dit ga ik doen! Ik weet dat mijn leven nooit meer hetzelfde zal zijn, maar dat is niet erg. Want ‘nooit meer hetzelfde’ is niet automatisch slechter, het zou ook zomaar ‘beter’ kunnen worden. Wie weet. Maar ik heb dan tenminste nog een leven.
Daarom vind ik het zo belangrijk dat je op tijd naar de dokter gaat wanneer je ergens ongerust over bent. Daarom wil ik je het volgende meegeven:
Wees géén struisvogel!
Inmiddels ben ik al weer een tijdje verder en ja, natuurlijk ben ik bang. Dat ga ik niet ontkennen. Omdat ik weet dat alles afhangt of de chemo- en immunotherapie wel of niet aanslaan en dat heb ik niet in de hand. Je hebt geluk of je hebt pech. Hoe lullig het ook klinkt; zo simpel is het. En ja, ik zie enorm tegen het proces op maar ik geloof ook dat het kan: ik kan genezen. En daar zet ik alles op in. En ik ben hoopvol.
Realistisch maar hoopvol!
‘I trust the process‘